Toepassingen

Wanden, Gevels & Puien

Tegenwoordig wordt natuursteen hoofdzakelijk als bekledingsmateriaal toegepast in wanden en gevels. Dunne natuursteen tegels worden verlijmd of in de specie tegen de muur gezet en grote gevelplaten worden met ankers aan de draagconstructie gemonteerd. Door scheiding van draagmuur en afwerking wordt natuursteen efficiënt gebruikt, en duurdere natuursteensoorten zijn zo ook bereikbaar voor een groot publiek.
Vroeger waren massieve toepassingen gebruikelijker. Muren van gestapelde natuursteenblokken zijn altijd al toegepast. Keien zijn hiervan het oudste voorbeeld, deze kunnen zowel los gestapeld als met mortel onderling verbonden worden. Opvallend is keienmuren ook in de hedendaagse architectuur nog door de grote architecten wordt toegepast. Tegenwoordig worden ook stalen korven gevuld met keien of steenbrokken toegepast als gevelbekleding. Bouwen met op maat gezaagde stenen is ook al eeuwen lang bekend, denk aan de piramides en andere monumenten in de wereld.

Het komt nog regelmatig voor dat wordt gekozen voor massieve toepassing van natuursteen als onderdelen van een gebouw. Voorbeelden zijn dorpels van hardsteen, hoekblokken of stroken in metselwerk, een buitenspouwblad van ruwe blokken natuursteen of massieve delen bij waterbouwkundige werken als sluizen.



Natuursteensoort

Er zijn vele soorten geschikt, zoals graniet, marmer, kalksteen en splijtsteen. Afhankelijk van de natuursteen verschilt het uiterlijk van homogeen tot geaderd/bont gekleurd. Natuursteen is er in veel verschillende kleuren, zoals: natuurlijk wit, crème, geel, oranje, rood, groen, bruin tot diep zwart. Blauw is zeldzaam in de natuur, maar zelfs dit is mogelijk.

De keuze van een natuursteensoort hangt vooral af van de gewenste afmetingen en van een binnen- of buitentoepassing, van belang is dan voornamelijk de vorst- en weersbestendigheid van de natuursteensoort. Voor buitengevels zijn wegens de duurzaamheid en sterkte graniet en granietachtigen aan te raden, bij kalkhoudende gesteenten nemen de kleur en glans na enkele jaren af. De vereiste materiaaleigenschappen kunnen blijken uit de testresultaten conform normen, productbladen of praktijkervaringen met het materiaal.



Afwerking oppervlak

Er zijn veel verschillende oppervlaktebewerkingen, zoals: gezoet, gepolijst, geschuurd, gestraald, gefrijnd, gebouchardeerd of gevlamd. Niet elke natuursteen is echter met elke oppervlakteafwerking leverbaar of geschikt voor de toepassing in wanden of gevels.



Ontwerp

Het bekleden van een binnenwand met natuursteentegels wordt vaak uitgevoerd door directe montage tegen de wand. Wandtegels zijn veelal vierkant of rechthoekig, maar kunnen ook grillige vormen hebben (flagstones), en de afmetingen beperken zich vaak tot ca. 600 x 600 mm. Standaardtegels voor de binnenwand zijn veelal rondom afgebot, op dikte gefreesd en hebben een dikte vanaf 8 mm bij de kleinste tegelmaten (150 x 300 mm).

Vooral buitengevelbekleding wordt vaak met grotere platen uitgevoerd welke op ankers met een spouw voor de constructie hangen. De plaatmaten zijn projectgebonden en afhankelijk van de technische eigenschappen van de steen en het economisch verzagen van de blokken. Voor graniet(achtige) zijn afmetingen van ca. 750 x 1400 mm bij minimaal 30 mm dikte gebruikelijk. Bij gebruik van kalkgesteenten zijn afmetingen van 700 x 900 mm bij minimaal 40 mm dikte gebruikelijk.



Montage

De achterliggende constructie dient voldoende sterk, stijf en duurzaam te zijn. De montage van bekledingstegels of platen moet door vakmensen worden uitgevoerd. Deze zijn ervaren in de zorgvuldige omgang met de natuursteen en de hulpmaterialen, en zijn ook deskundig op het gebied van maatvoering. De toe te passen (hulp-)materialen dienen te voldoen aan de gestelde eisen. Wandtegels kunnen worden gelijmd of in de specie gezet, bij gebruik van grotere tegels en platen is het raadzaam verankering toe te passen.
De plaatafmetingen en de RVS verankering moeten door gespecialiseerde bedrijven worden berekend en geplaatst, om te voldoen aan alle duurzaamheids- en veiligheidsvoorschriften. De ankers dragen de plaat, en houden de platen op hun plek ondanks winddruk en windzuiging. Tevens biedt de verankering de mogelijkheid van uitzetting en krimp ten gevolge van temperatuurverschillen in de platen.

Deze verankering bevindt zich in de voegen, of aan de plaatachterzijde met 4 ankers per plaat. Indien de natuursteenplaten op enige afstand van de muur worden gemonteerd, kan er in de ontstane spouw isolatiemateriaal worden aangebracht.

Verankering vindt traditioneel plaats in de plaatdiktekanten door ankerpennen 6 mm te verlijmen in voorgeboorde gaten. Nieuwe ankermethoden maken gebruik van verankering aan de plaatachterzijde. Conische ankers worden dankzij een speciale boortechniek zonder verlijming mechanisch in de natuursteenplaat bevestigd. Deze platen worden op hun beurt met die ankers weer gemonteerd aan een aluminium draagframe.

Voor enkele voorbeelden, zie werken.